It's me... again!

Here I am, again...
Niet met lange verhaaltjes, maar wel met SA's
Dus als je liever langere leest, klik dan op de link:
'm'n eerste blogse ^^'

Maar goed,
Sarah is in de mood om SA's te schrijven...
Waarom?
Omdat het niet zo heel veel tijd in beslag neemt
en omdat ik dan effectief kan schrijven wat ik wil
zonder verplicht te zijn om een vervolg te verzinnen.

Hope you like it ^^

kuuuus en knuf
Sarah Xx

-----------

3. I'm still loving you

Photobucket

 
Een jaar, 5 maanden en 21 dagen. Zolang duurde ons sprookje. Ja, ik noem het een sprookje. Ik voelde mij een prinses voor je en jij was net als een prinses voor mij… We voelden beiden dat dit niet kon blijven duren, de druk van buitenaf werd ons fataal. De vernietigende blikken naar ons, de moordende ogen van buitenstaanders, de pijnlijke woorden van geliefden.
Niemand begreep ons, niemand begreep mijn liefde voor een meisje. Mijn liefde voor jou…

Alles begon zo onschuldig, weet je het nog? Onze wekelijkse afspraak aan het overdekte zwembad samen met enkele andere vrienden. Stiekem daagde ik alleen maar op voor jou. Om jou schaamteloos te kunnen aankijken als jij alweer straalde in dat strakke bikinisetje. Wat jij ook droeg, je leek altijd de lucht naar je toe te zuigen. Alle aandacht ging naar jou en terwijl je naar iedereen kon gaan gluren, was uitgerekend ik degene die je naast je wou. Was ik degene die je in het water gooide om dan even later ook het sop in te duiken. Was ik degene die je kopje onder duwde om me zo op de één of andere manier te kunnen aanraken.

Weet je nog die ene keer dat je vingers mij zomaar beminden? Ze kropen behendig onder dat losse topje van mij en verkenden elk plekje huid dat mijn bezit was. Je wijsvinger hield halt toen ze een oneffenheid vonden, je ogen leken door me heen te boren. Op dat moment ontdekte je mijn meest pijnlijke herinnering. Op dat moment werden we één, in elke betekenis van het woord. Je luisterde naar me, liet me praten en hield het zelfs niet voor mogelijk om me te gaan onderbreken. Die helblauwe sterren van je fonkelden elke keer ik je naam vermeldde. Elke keer een beetje meer, elke keer een klein beetje feller. Je schitterde die dag, net zoals de dagen, maanden erna. Je was van mij en niemand zou ons uit elkaar krijgen.
Althans dat dachten we…

We waren jong, vrij en verliefd. Wat kon er nu gaan verkeerd lopen? We hadden elkaar en dat was al wat telde. Wat kon het ons gaan schelen dat iemand ons raar aankeek als we elkaar vlak op de mond kusten? Voor ons part kon de wereld naar de maan… Het bleef niet duren liefje.
Alles veranderde toen ik je wou voorstellen aan mijn ouders. Ergens vermoedde ik wel dat ze ondertussen iets hadden opgevangen. Iets in mijn geaardheid. Ze durfden het gewoon nooit te vragen of aan te kaarten. Met tranen in hun ogen verlieten ze de woonkamer toen jij je entree maakte. Ik had gefaald, zij hadden gefaald. Hun enige dochter was ‘verkeerd’…

Zo noemden ze me: verkeerd. De moed zonk ons beide in de schoenen, onze glimlach vervaagde stilletjes aan en maakte plaats voor een somber en eenzaam gevoel. Als iemand als zij ons niet konden aanvaarden, wie dan wel?
Al bij al sloegen we ons doorheen de eerste hinderpaal. Wat maakte het ons uit dat mijn ouders zich niet konden aanpassen aan de huidige maatschappij. We hadden elkaar en dat was al wat telde.

Het werd vrij ernstig tussen ons. De kalverliefde veranderde in een emotioneel sterke relatie. Nooit waren we apart, slechts samen voelden we ons sterk. Alsof we de hele wereld aankonden. We geloofden het ook, alleen dachten we niet na over de gevolgen. Het enige wat voor ons nog van belang was, was ‘ons’. Een ons die later heel onverwachts uit elkaar zou vallen…
We hielden van elkaar. Ik was jou en jij mij. We vorderen op verschillende vlakken. Het handje vasthouden werd vervangen door een innige omhelzing. Onze onschuldige en plagerige kusjes transformeerden in tedere en lange zoenen. Beetje bij beetje werd onze ziel ontbloot en gaven we onszelf prijs. Het voelde goed, het voelde vertrouwd, het voelde onbreekbaar…

Onze zekerheden die we hadden, werden langzaamaan verbrijzeld. Het aanstaren werd erger, het gepest onuitstaanbaar. We hielden ons sterk terwijl we beiden wisten dat we hier niet tegen opgewassen waren. We geloofden in iets dat nooit zou slagen.
Je huilde meer en meer, praten des te minder. We liepen dan wel bij elkaar maar totaal in een andere wereld. Onze vingers waren dan wel verbonden en verstrengeld met elkaar, ze krijsten geen liefde meer uit.
Niets leek nog echt te zijn… Zelfs jij niet.

Als een schim dwaalde je door deze wereld. Af en toe verscheen je eens om dan terug met de schaduw te verdwijnen. Beetje bij beetje verloor je dat plaatsje in mijn hart, dat speciale plekje speciaal voor jou gemaakt. Je lachte niet meer, je praatte niet meer, je kuste mij niet meer. Je kwijnde weg voor mijn eigen ogen en ik kon je niet helpen. Mijn woorden haalden niets uit, mijn daden nog minder. Je trok je van me weg, je duwde mij verder van je af. De band die we hadden, verbrak je eigenhandig zonder dat je het besefte. Je liet me stikken toen ik instortte. Je had de kracht niet om jezelf en om mij te redden.
Je vluchtte voor de waarheid liefje…

Het kostte mij de grootste moeite om mijn leven terug op te nemen toen jij zomaar uit mijn leven verdween. Je liet een koude en beangstigende leegte na die nooit meer zou kunnen worden opgevuld. Je verpletterde mijn hart en liet een groot gat na. Ooit kon ik liefhebben…

Ik zag je gisteren, weet je dat liefje? Je hebt me wellicht niet opgemerkt. Zijn arm hing nonchalant om je middel heen, zijn vingers streelden de zachte huid van je heup en jij… Jij lachte maar niet op die manier zoals je lachte naar mij. Je verschuilde je gebroken ogen achter een donkere zonnebril. Je handen trilden toen hij je aaide over dat mooie gezichtje van je. Ze trilden maar niet zoals die eerste keer dat we elkaars lichaam zouden verkennen. Deze keer was het anders, ze trilden van angst, verdriet, woede. Uit onbegrip?
Ik wou je achterna lopen. Vergeef me dat ik dit niet deed… Weet je ook waarom? Het is niet mijn taak om je op je fouten te wijzen. Het is niet aan mij om je te vertellen dat wat jij toen deed, verkeerd was. Je weet het best, is het niet?

Ik zie het aan je. Aan de manier waarop je lacht, waarop je loopt, waarop je schuchter om je heen kijkt. Je hoopt dat iedereen je ziet met een jongen, dat iedereen ophoudt met je zo te treiteren.
Het brak je hart toen je mijn ouders hoorde vertellen dat ik maar beter met een jongen zou omgaan… Je wou mijn uitleg niet eens meer horen. Ik zou je vertellen dat het mij niets kon schelen, dat ik geen jongen wou, dat niemand zo dicht in de buurt van m’n ziel kon komen als jij. Ik zou je toevertrouwen dat ik geen ander persoon meer zou willen. Dat enkel jij me kon bekoren en liefhebben op de manier dat mijn hart nodig had. Ik zou je toefluisteren dat ik van je hield en dat je voor eeuwig in mijn lichaam zou zitten.

Ik heb gelijk, weet je. Je zit er nog steeds hoe hard ik mezelf ook blijf herhalen dat je dat niet bent. Je zit daar nog steeds op dat ene plekje speciaal voor jou. Je weet het best… En ergens geloof ik dat ik ook nog op net datzelfde plekje bij jou zit. Alleen durf je het niet toe te geven. Ik weet dat jij het bent die midden in de nacht belt. Anoniem… Ik weet dat je mijn stem wilt horen, die ene zachte ademwind die jou kan verwarmen. Die met jou zal praten en je zal overhalen. Die jou zal vertellen dat ze nog steeds van je houdt…
Maar je geeft me de kans niet. Telkens als ik opneem, haak jij twijfelend in. Je trekt me in een circuit van verlangende gevoelens en pijnlijke twijfels. Je laat me geloven dat je dit wilt en ondertussen schuif je het recht voor m’n neus dat je niet zeker bent van je stuk. Ik bel je steeds terug zonder resultaat. Het blijft een spelletje dat ooit gestaakt zal worden.
Positief of negatief… 

Je hoort een keuze te maken liefje. Blijf je voor eeuwig bij iemand die je niet eens bij naam kent, of kom je terug naar de persoon die jou aanvoelt alsof ze jou is? Hou je de schijn op dat je nu gelukkig bent, of ben je bereid om effectief dat verliefde gevoel terug te winnen?
Volg je hart lieverd…

I’m still loving you.

2. Breathe The Breath Of Life

Bill Kaulitz

Alweer een tour, alweer een hoop fans, alweer een duizendtal meiden die van me houden zonder me te kennen. Alweer een hoop tranen als ik uitgeput in mijn bed lig…
Mijn naam is Bill Kaulitz, bekend als zanger van Tokio Hotel. Nog beter gekend als de jongen die een miljoen aantal meisjes van over de hele wereld achter zich heeft lopen. Geen enkel meisje ken ik, geen enkel gezicht herken ik. Geen enkel hart behoort tot het mijne…

Ooit gehoord van het gezegde: ‘happy on the outside, broken on the inside?’ Het kost me steeds meer moeite om alles binnen te houden. Ik laat mijn steken vallen. Mijn beschermingsmuren brokkelen één voor één af tot er niets meer van de oh zo vrolijke jongen zal overblijven. Ooit zal mijn lichaam weigeren om het podium op te klimmen, ooit zal mijn stem haar werk staken en me alleen laten in de stilte tussen al dat gejoel van het publiek. Ooit zullen mijn ogen niets meer zien dan een poging tot ontsnappen aan dit miezerige leventje van mij.

En de mensen zullen mij niet begrijpen want ik heb volgens hen het ‘meest perfecte leven ooit’. Ze zouden eens moeten weten…

Nooit eens alleen over straat lopen, nooit eens met een vriend knuffelen of je wordt homo genoemd, nooit eens alleen zijn met alleen je gedachten, nooit eens rond wandelen zonder die verdomde flitsen om je heen, nooit eens met iemand praten die je niet kent, nooit eens bemind worden om de persoon die je werkelijk bent…

Er wachten miljoenen meisjes op mij, ik heb maar te kiezen. Overal krijg ik brieven met foto’s en smeekbedes om een teken van liefde. Ik kan het niet, ik kan hen niet geven wat ik zelf niet heb.
Liefde…

Ze staan in lijnen voor het hotel, voor m’n huis, voor het podium. De één na de ander met de boodschap dat ze van me houden. Sommigen willen zelfs een kind van me. Misschien vinden zij dit grappig, voor mij is dit allesbehalve… Weet je hoeveel pijn het me doet om te zien hoeveel mensen er rondlopen die niets liever willen dan een leven met mij te spenderen? Ik kan hen niet geven wat zij nodig hebben. Ik kan het niet al zou ik niets liever willen. Ik kan hen niet meenemen naar mijn hotelkamer en hen iets geven. Ik kan het niet…

Het vreet me kapot vanbinnen als ik ook maar een onschuldig praatje maak met een meisje die mij doodverliefd aankijkt. Gewoon omdat ik haar die bepaalde hoop geef op meer. Ik ben niet iemand die met de gevoelens van een ander wil klooien…

Met mijn verstand op nul stap ik de apotheek binnen. Mijn besluit staat vast. Als mijn hart niet toebehoort aan één iemand, dan kan ik het niet meer laten kloppen. Het hoeft geen zuurstof meer als er niets meer is om voor te ademen. Natuurlijk zullen er mensen zijn die me zullen afraden het te doen.
Startend bij Tom en m’n mam. Maar zij weten pas half hoe rot en slecht ik me voel… Tom zal me deze ene keer niet begrijpen. Hij kijkt anders tegenover liefde. Voor hem heeft dat woord geen enkele betekenis. En dat hoeft ook niet, alleen kan ik zo niet naar zoiets moois kijken. Liefde heeft altijd iets speciaals rond zich, je hoeft het alleen maar te vinden. En als je het niet vindt, dan maakt het niet meer uit of je hier nog bent of niet.

Lomp als ik ben, botst ik natuurlijk weer tegen iemand op. Normaal gezien ben ik de beleefdheid zelve maar ik zie niet in waarom ik nu nog de ‘ideale schoonzoon’ zou uithangen. Over enkele uren is iedereen me al vergeten, vinden ze iemand anders om te gaan adoreren. Vinden ze iemand anders om ten huwelijk te vragen zonder de persoon werkelijk te kennen.

Ik schrik op als een hand mijn schouder raakt. Ik leef nog, ik voel mijn lichaam reageren op de aanraking. Het is nog niet verloren… Ik klem het doosje pillen wat strakker in mijn rechterhand en kijk schuchter op. Hopelijk herkent de persoon mij niet, ik heb werkelijk geen zin in een nieuwe heisastormloop. M’n leven is al hectisch genoeg, laat het alsjeblieft uit.

Twee vrolijke ogen staren me aan. Het diepste groen dat ik ooit heb gezien, wordt naar m’n hersenen geprint. Ik probeer het een categorie te geven maar ik heb nog nooit zo’n schakering van de groene tint gezien. Grasgroen is het niet meteen, donkergroen ook niet. Laten we het erbij houden dat het zowat het meest prachtige kleur ooit is.

Ik besef dat ik aan het staren ben en knipper even verbaasd met m’n wimpers. Blijkbaar kun je dus werkelijk verdrinken in een paar ongelooflijk mooie kijkers. Ik geloofde het eigenlijk nooit, vond het slechts een fabeltje. Blijkbaar komen fabeltjes uit, soms als je heel veel geluk hebt.

“Doe het rustig met die slaappillen, wil je? Ze zijn echt sterk en gevaarlijk als je er geen ervaring mee hebt.” Haar stem klinkt zeemzoet. Als honing. Als een ijskoud drankje na een hele dag ploeteren in de hithete zon. Als een bed na een dag her en der rondreizen om een dom iets. Als een reddende engel die zich over mij bekommert en mij zachtjes in slaap zal zingen.

Ik knik enkel maar. Aan de ene kant ben ik blij om wat ze zei: ze zijn gevaarlijk als je er geen ervaring mee hebt. Het kan snel over zijn met het leven van de oh zo perfecte Bill Kaulitz. Aan de andere kant blijft die bezorgde klank in haar stem me parten spelen. Haar woorden zwerven ergens rond in mijn hoofd en vernietigen beetje bij beetje wat ik van plan was. Hoe kan het dat net een meisje zoals zij mij ervan kan weerhouden om deze planeet te verlaten?

Ze kent me niet eens…

 

1. It only hurts once

Photobucket

Een traan verlaat voorzichtig mijn ooghoek als ik het zoveelste dagblad in de grond gooi. Overal waar ik kijk, word ik geconfronteerd met de bittere waarheid. Het staat zwart op wit gedrukt… De meest pijnlijke manier om mij de grond in te boren, staat openlijk in elk roddelboekje. Tom Kaulitz…
Het snijdt in me, het verbrijzelt me, het vernietigt me. Zijn ogen, zijn mond, zijn handen, zijn lichaam. Wat wij hadden en toch ook nooit gehad hebben. Wat ik steeds blijf koesteren terwijl er helemaal niets te koesteren valt. Wat voor mij gezien wordt als een onvergetelijk moment, is voor hem slechts een streepje naast het vorige. Ik ben slechts een streepje onder de categorie ‘one-night stands’.

Als verblind staar ik opnieuw naar de titel van het artikel. Het rijt me open, het verscheurt mijn hart dat net weer genezen was. Het laat mijn ingewanden rotten vanbinnen. Het breekt mijn ademhaling af en de moed om verder te gaan met leven.
Tom Kaulitz, meest begeerde tiener ooit. Heeft seks met 25 meiden.”
Een tweede traan vindt zijn weg naar buiten en rolt eenzaam en alleen over mijn zachte wang. Het maakt me niets meer uit. Die wang heeft zijn hand ooit gestreeld. Die huid heeft hij ooit aangeraakt met die mannelijke maar oh zo mooie handen. Die wang is ooit getuige geweest van de meest goddelijke lippen ooit.
Ooit, het lijkt maar een vaag woord maar voor mij is dit het meest vertrouwde van allemaal.

Ooit was ik even samen met Tom. Ooit was ik de meest gelukkige persoon. Ooit wou ik mijn leven nooit meer opgeven. Ooit…

Hij heeft er eigenhandig voor gezorgd dat ik hem niet meer kan aankijken zoals vroeger. Hij is de reden van mijn huilen, mijn vergeten, mijn kapot gaan. Wat ik voor hem voelde, voel, is niets minder en niets meer dan verliefdheid. Tot over m’n oren verliefd zijn op iemand die ik ooit voor één nacht heb gehad. De manier waarop hij mijn naam fluisterde, de manier waarop hij zijn hand op m’n onderrug plaatste om me zo te begeleiden naar z’n hotelkamer, de manier waarop hij zijn lippen zelfzeker op de mijne drukte…

Alles was te mooi om waar te zijn. Niets lijkt zo perfect als in je dromen. Niets kan je vasthouden zoals je zou willen. Je kunt Tom Kaulitz vergelijken met een hoopje zand in je hand. Hoe meer je je hand samentrekt, hoe meer zand je gaat verliezen. Hoe meer aandacht je dus van hem wil afleiden, hoe meer je aan de kant wordt geschoven. Tom is niet iemand om zich aan één iemand te binden, daarvoor houdt hij teveel van de vrijheid waarvan hij kan profiteren.

Niemand neemt het hem kwalijk, niemand behalve ik…

Weet iemand überhaupt wat het met je doet als je seks hebt met iemand zoals hij? Weet iemand dat? Weet jij hoe ik me voelde nadat ik zijn hotelkamer verliet? Ik was, ben, verliefd op hem. Op de manier waarop hij me verwende, op de manier waarop hij me liet genieten, op de manier waarop hij me het gevoel gaf dat ik speciaal was. Alleen stort alles in na een tijdje. Alles rondom je vervaagt alsof je nooit in deze tijd hebt geleefd. Je zwerft rond op zoek naar iets van houvast, naar iets waaraan je jezelf kan vastklampen in de hoop dat je deze wereld overleeft.
Maar dat doe je niet…

Je loopt doelloos rond terwijl je je afvraagt wat er in hemelsnaam met je gebeurde. Waarom je jezelf zo liet gaan, waarom je werkelijk bent ingegaan op je eigen doodsvonnis. Ik schreef mijn eigen doodskaartje door met Tom naar bed te gaan. Het was stom van me om ook maar één seconde te denken dat ik misschien wel de persoon kon zijn die hem bekeerde.
Die ene persoon die hem zou laten inzien dat het niet hoefde. Dat hij niet steeds met iemand in bed hoefde te duiken. Dat het oké was om even rustig aan te doen, om zekerheid op te bouwen. Om misschien een liefdevolle relatie te gaan starten. Het was stom en ik weet het maar al te goed. Niets is wat het lijkt, ook Tom niet. Vooral Tom niet…

Ik blijf staan als ik mijn weerspiegeling zie voorbij schemeren in één of andere etalage. Mijn altijd zo fleurige ogen zijn al lang verdwenen om vervangen te worden door dode grijze pupillen. Het lijkt wel alsof ze alle vormen van plezier, liefde en genegenheid weigeren te aanvaarden. Niets maar dan ook niets lijkt me nog de moeite waard om voor te vechten. En waarom zou het ook? Als je jezelf bekijkt in deze maatschappij, dan ben je niets anders dan slechts een nummertje in één grote schaal. En als je al veel geluk hebt, dan ben precies jij het lucky number dat wordt getrokken. Even achtte ik me de meest gelukkige persoon op aarde. Nu betaal ik de prijs ervoor. Niets is wat het lijkt, en al zeker niet wanneer je verliefd bent en ondertussen wegkwijnt aan een gebroken hart.

Hij heeft mijn hart, al dan niet gebroken en kapot gestampt. Op de één of andere manier heeft hij het altijd al gehad. Ik heb de moed niet om het terug te halen. Ten eerste niet omdat ik hem dan terug onder ogen moet komen. En ten tweede omdat ik de strijd al lang heb opgegeven. Er rest me hier niets meer op deze planeet. Geen mama, geen papa, geen zus, geen broer, geen oom of tante, niets of niemand heeft mij hier nodig. Ooit dacht ik dat een populaire tiener mij zag staan. Mij uitkoos om gelukkig te maken.
Ooit had ik het in mijn hoofd gehaald dat iemand zoals hij mij zag als de persoon die ik was. Ooit dacht ik dat ik geboren was om geliefd te worden door hem. Ooit was ik de persoon die ik altijd wou zijn. Nu ben ik slechts een lapje stof, niets meer en niets minder. Een zielig persoontje waar je het liefst ver van wegblijft uit angst dat ik je zou besmetten. Iemand die je zou infecteren met de microbe dat het leven niets uithaalt en dat je beter af bent zonder.

Het is waar, weet je? Mijn leven haalt niets uit als er niets meer is om voor te streven. Voor de zoveelste keer zie ik jouw ogen, die donkerbruine kijkers die steeds weer door me heen kunnen kijken. Die vertrouwde grijns om je lippen als je iets ziet wat je heel hard aanstaat. Je perfect gevormde hand die steeds weer naar je broek glipt zodat hij net niet kan afvallen. Jij bent gewoon perfect en je weet haast niet meer wie ik ben, hoe ik heet of welk kleur van haar ik heb. Je kent me niet meer of je hebt me gewoon nooit gekend. Je hebt me nooit gevraagd hoe oud ik was, waar ik woonde, of ik broers of zussen had. Nee, je maakte daar geen woorden aan vuil. Je zorgde alleen maar voor de plezierigheid, het genot, het verlangen naar dat mooie lichaam van je.

En nog steeds overmeestert dat bijzondere gevoel me in mijn onderbuik. Steeds weer als ik je voor ogen haal. Ik weet dat het niet kan en niet mag. Ik weet dat ik mezelf daarmee nog maar eens dieper en dieper in het dal laat zakken. Vergeef me om wat ik ooit tegen je heb gezegd. Vergeef me alsjeblieft….

Ik heb dit zo niet gewild. Je lachte altijd zo lief naar me. Je vertelde me dat ik iemand was waarvoor je door het vuur zou gaan. Je vertrouwde me toe dat je me lief vond en dat je nog maar weinig zo’n meisjes had ontmoet. Je liet me geloven dat ik het waard was om voor te leven. Je verzekerde me dat er nog andere manieren waren om te kunnen ontsnappen aan het kloterige leventje hier op deze wereld.

Je loog Tom… Waarom nou?